U bent hier




Els De Bruyn en Tine Cluyts zijn gedreven maatschappelijk werkers bij de dienst Kansen voor Kinderen van OCMW Antwerpen. Als wijkmaatschappelijk werkers of partnerorganisaties zien dat ouders vragen of moeilijkheden hebben met de kinderen, dan kunnen ze die tweedelijnsdienst contacteren voor advies of ondersteuning.

Els: ‘Wijkmaatschappelijk werkers merken soms dat ouders vragen hebben over opvoeding of onderwijs. Soms zorgen de kinderen voor stress in het gezin en weten de ouders niet hoe ze daarmee moeten omgaan. Als een collega ons contacteert, dan proberen we hem eerst tips te geven om in gesprek te gaan met de klant.’

Tine: ‘Vaak is de problematiek in een gezin echter complex. De maatschappelijk werker heeft dan niet genoeg tijd en/of expertise om er verder mee aan de slag te gaan. Op dat moment bespreken we of het zinvol is om zelf een gesprek te hebben met de klant. De afspraak vindt meestal plaats bij het gezin thuis of bij het OCMW. Tijdens het gesprek stellen we uiteenlopende vragen om zicht te krijgen op de thuissituatie en de noden van de gezinsleden.’

 

Hoe helpen jullie die gezinnen daarna concreet verder?

Els: ‘Dat hangt sterk af van de situatie en verschilt bij elk dossier. Meestal proberen we klanten gericht en efficiënt door te verwijzen naar de meest gepaste dienst. Dat kan snel gaan, bijvoorbeeld door de ouders te vergezellen bij een oudercontact of bij een afspraak bij De Kraamvogel of het Huis van het Kind. Maar soms moet je eerst een goede band met de klant opbouwen. Dat vraagt meer tijd. Je helpt hem dan stap voor stap om beslissingen te maken afgestemd op de kinderen. Bijvoorbeeld thuisbegeleiding aanvragen, een pleeggezin voor in de weekends zoeken, psychologische steun inschakelen …

Soms hebben we inhoudelijke gesprekken over een opvoedingsthema, bijvoorbeeld de komst van een baby of ruzie tussen de kinderen. Het gebeurt ook dat een gezin al bepaalde hulp krijgt, maar dat er toch iets moeilijk loopt. Dan proberen we de verwachtingen van de dienst(en) en het gezin op elkaar af te stemmen. Zo organiseren we al eens een zorgoverleg met de ouders en de verschillende betrokken partners, zoals het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), de zorgleerkracht of het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg. We helpen de ouders over hun drempels heen en proberen hen sterk te maken. De klant ziet zelf dan beter welke noden hij heeft, dan is de juiste hulp vragen en aanvaarden gemakkelijker. En de hulpverlening loopt dan ook vlotter.’

Tine: ‘Kansen voor Kinderen organiseert ook groepswerk. Zo is er Ouderradar, een groep ouders die samenkomt en ervaringen uitwisselt rond opvoeding. Soms bezoekt de groep een dienst of komt iemand uitleg geven bij de werking van zijn organisatie. Zo kwam recent iemand van het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) langs. Die persoon vertelde over het aanbod 'spel als hulp' van inloopteam Samik.

Naast Ouderradar is er ook de cursus ‘Sterke ouders’, een praatgroep voor ouders over wat essentieel is voor een goede kindertijd. Daarna bekijken de ouders wat goed gaat bij de opvoeding en waaraan ze nog kunnen werken.’

 

Is het in je job een voordeel, als je zelf kinderen hebt?

Els: ‘Dat is misschien wel een van de grootste misvattingen over ons werk. Het is helemaal niet nodig om zelf kinderen te hebben. Het is een zoektocht samen met de klant. Je moet benoemen wat je ziet bij gezinnen en de juiste vragen stellen. Dan krijg je duidelijkheid over de situatie. Dat leer je door ervaring op te doen in de job en contacten te hebben met klanten, collega’s en organisaties. En zelfs de meest ervaren collega’s twijfelen soms. Dan bespreken we de situatie op een teamoverleg.’

Tine: ‘Als een ouder nood heeft aan concrete opvoedingstips en om vaardigheden te oefenen, dan verwijzen we de klant door. Open School organiseert bijvoorbeeld de cursus ‘Mijn kind en ik’. De deelnemers leren er meer over hun rol als ouder, hoe ze grenzen stellen en hoe ze hun kind beter ondersteunen op school. We verwijzen ook regelmatig door naar de Opvoedingswinkel in de Huizen van het Kind, het Centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning, Kind en Gezin en thuisbegeleidingsdiensten.’

 

Hoe ondersteunen jullie de wijkmaatschappelijk werkers?

Tine: ‘De job van een maatschappelijk werker is heel uitgebreid. Soms is het niet gemakkelijk om door de bomen het bos te zien. Als maatschappelijk werkers vragen hebben over de thema’s opvoeding of onderwijs, kunnen ze ons bellen of mailen. We moedigen hen aan om zelf in gesprek te gaan met de klant, als dat mogelijk is. De vertrouwensrelatie tussen begeleider en klant kan daar sterk door verbeteren. En we willen er ook over waken dat er geen overbodige hulpverleners in een dossier zijn. Maar als de situatie complex is, maakt iemand van onze dienst een afspraak met de klant. Tenminste als die openstaat voor onze begeleiding.’

Els: ‘Onze dienst werkt ook instrumenten uit die maatschappelijk werkers kunnen helpen in hun gesprekken met klanten. Zo is er de gezinswijzereen praktisch ondersteunend instrument om opvoedingsthema’s bespreekbaar te maken. Het document bestaat uit zes leeftijdscategorieën met elk enkele fiches, een tijdlijn en een mindmap en is erg veelzijdig. Maatschappelijk werkers kunnen de handige gids gebruiken bij een huisbezoek, in de spreekkamer of om een gesprek met hun klant voor te bereiden.

Op dit moment maken we de gezinsbabbels. Dat zijn tien infofiches met heel concrete opvoedingstips over relevante thema’s, zoals zindelijkheid, eten, slapen, structuur, huiswerk … De gezinsbabbels ondersteunen de maatschappelijk werkers in hun gesprekken met klanten, maar ook de klant zelf bij de opvoeding van zijn kind(eren).’

 

Jullie hebben dus een heel gevarieerde job met klantencontacten en ondersteunend werk.

Tine: ‘En we doen nog meer! We zijn regelmatig aanwezig op structurele overlegmomenten van partnerorganisaties of scholen. We brengen dan onze OCMW-expertise mee en vertellen over het profiel van onze klanten. Het is belangrijk dat die organisaties niet vergeten wie onze doelgroep is en hoe ze die het best bereiken.’

 

Hebben alle collega's van Kansen voor Kinderen een eigen taak?

Els: ‘Iedereen in ons team is betrokken bij alle taken. Dat vraagt flexibiliteit, maar je krijgt er een boeiende job voor in de plaats.

We verdelen de dossiers per week volgens een beurtrol. Dat is noodzakelijk, want een gezin met een zware problematiek begeleiden is belastend. We bespreken de dossiers ook tijdens de teamvergadering. We geven elkaar feedback en bekijken de situatie uit andere invalshoeken. Die wisselwerking is heel leerrijk en levert vaak nieuwe energie en ideeën op.’

Tine: ‘Je moet dus ook een echte teamspeler zijn. En bereid zijn om bij te leren, want je komt regelmatige nieuwe situaties tegen of je moet je verdiepen in nieuwe methodieken.

De begeleiding is soms zwaar, maar een gezin op weg helpen geeft veel voldoening.’

 

Over Kansen voor Kinderen

In Antwerpen groeit een kind op vier op in een kansarm gezin. De strijd tegen en het proactief opsporen van kinderarmoede is daarom een topprioriteit voor het OCMW en de stad Antwerpen.

De dienst Kansen voor Kinderen geeft OCMW-medewerkers en klanten met kinderen ondersteuning en informatie over onderwijs en opvoeding.

Achtergrondinformatie en cijfers over de werking van de dienst Kansen voor Kinderen lees je in het Jaarverslag 2015.