U bent hier


‘Over mijn studiekeuze maatschappelijk werk bestond geen twijfel, maar na mijn opleiding voelde ik me nog niet klaar om aan de slag te gaan. Ik had altijd al de droom gehad om met kinderen of jongeren te werken. Daarom besloot ik om nog met de studie logopedie te starten. Na een jaar bleek dat de opleiding te zwaar was. Ook de gedachte om nog drie jaar verder te studeren stak tegen. Het was tijd om te gaan werken!’

 

Was het voor jou een logische stap om bij het OCMW te solliciteren?

‘Nee, het OCMW kampt nog steeds met een negatief imago. Geheel onterecht, als ik dat eraan mag toevoegen! Ik merk het in mijn vriendenkring, maar ook bij klanten die zich vol schroom voor de eerste keer aanmelden. Maar uiteraard is maatschappelijk werk de kern van de OCMW‑werking. Een sollicitatie bij hen kon dus niet uitblijven.

Op een gegeven moment had ik twee sollicitaties tegelijkertijd lopen: intaker bij OCMW Antwerpen en coördinator kinderopvang bij de stad Antwerpen. Ik mocht in beide jobs starten. Ik heb dan gekozen om als intaker aan de slag te gaan bij sociaal centrum Potvliet in de Stuivenbergwijk, omdat ik had gehoord dat het OCMW beginnende maatschappelijk werkers goed ondersteunt.’

 

Hoe verliepen je eerste stappen als maatschappelijk werker?

‘Heel onzeker. Bovendien is de job van intaker meestal weggelegd voor maatschappelijk werkers met ervaring in de wijk. Als intaker heb je immers expertise en ervaring nodig over de sociale zekerheid en de rechten van de klant. En je moet weten of het OCMW iemand kan verder helpen of niet. Kennis die je als starter nog niet onder de knie hebt.

De beginfase was heel moeilijk. Ik weet nog dat ik na mijn eerste werkweek tegen mijn mama zei: ‘Dat hou ik nooit vol’. Maar dankzij de grondige ondersteuning van mijn jobcoach, het vertrouwen van mijn chef en de steun van mijn collega’s heb ik doorgezet, en gelukkig maar.’

 

Een jaar later sloeg je toch een andere weg in.

‘De job van intaker was zwaar en emotioneel belastend. Toen mijn vervangingscontract erop zat, had ik nood aan verandering. In die periode startten enkele nieuwe diensten op, zoals Kansen voor Kinderen, Gezondheid en Intrafamiliaal Geweld.

Ik besloot om mijn kans te wagen bij Gezondheid, maar eindigde als tweede op de aanwervingslijst. De toenmalige afdelingschef van Binnenste Buiten zag potentieel in mij en wees me op de vacature die openstond. Ik leerde al gauw dat Binnenste Buiten mensen helpt op het vlak van lichamelijke verzorging, een positief zelfbeeld en uitstraling. Zaken die niet vanzelfsprekend zijn, wanneer je het financieel moeilijk hebt. Klanten kunnen in de winkel nieuwe kwaliteitskleding kopen tegen lage prijzen. In het naaiatelier kunnen ze kleding laten herstellen. En daarnaast organiseert de dienst ook cursussen om mensen nieuwe kansen, prikkels, ideeën en adviezen te geven om zorg te dragen voor zichzelf.

Als vervangend coördinator zou ik leiding geven aan tien mensen. Acht van hen zijn sociaal tewerkgesteld in de winkel, het naaiatelier en als administratief medewerker. Als je 23 bent is zo’n verantwoordelijke job toch niet evident. Maar ik daag mezelf graag uit, dus ik heb de sprong gewaagd. En dat is de beste beslissing in heel mijn carrière geweest. Bij Binnenste Buiten heb ik mijn identiteit als maatschappelijk werker, collega en leidinggevende gevonden.’

 

Waarom ging je na vier jaar op zoek naar een nieuwe uitdaging?

‘Ik begon het contact met klanten te missen en voelde me toch niet helemaal comfortabel in de rol als leidinggevende. Die bezorgdheid besprak ik met mijn chef. Ze begreep en respecteerde mijn beslissing om intern te veranderen van job. Ik solliciteerde voor de functie van arbeidsbegeleider.

Alles wat ik bij Binnenste Buiten heb geleerd, kan ik gebruiken om mensen aan het werk te helpen. Uiteraard komen de coachende vaardigheden van pas, maar daarnaast heb ik ook aandacht voor het zelfvertrouwen van mijn klanten.’

Wat boeit je in de job?

‘Als arbeidsbegeleider heb je een kader waarin je moet werken, maar daarnaast heb je de ruimte om accenten te leggen die je zelf belangrijk vindt. Ik vind het essentieel om goed in te schatten wat de klant nodig heeft. Soms is dat een opleiding, maar het kan ook zelfvertrouwen of sociale vaardigheden zijn.

De situatie van hoger opgeleide nieuwkomers interesseert me. Ze hebben vaak veel capaciteiten, maar beheersen hun Nederlands nog onvoldoende. Een sociale tewerkstelling helpt hen daarbij. Maar door te werken aan een lager niveau kunnen ze zich niet ten volle ontplooien. Ze hebben dus nood aan nog een andere soort begeleiding. Ik probeer me te specialiseren en zit in enkele werkgroepen.

Ik ben een ‘vliegende’ collega, dus ik vervang afwezige arbeidsbegeleiders. Sinds 2012 heb ik al in zeven verschillende sociale centra gewerkt. Dat houdt me scherp, omdat ik me telkens weer moet aanpassen. Gelukkig ben ik heel flexibel!’

 

Wat wil je nog bereiken?

‘Elk jaar leg ik nieuwe accenten en werk ik aan een persoonlijk project. Zo blijf ik gefocust en gemotiveerd. Dit jaar heb ik veel contact gehad met kinderen van klanten die studeren en studenten die een leefloon krijgen. Hebben ze vakantiewerk gevonden? Jongeren die moeilijkheden ondervinden, krijgen via het OCMW een kans om vakantiewerk te doen. De opvolging is heel arbeidsintensief, maar ik vind het belangrijk om me op de studenten toe te leggen. Die begeleiding kan immers voorkomen dat de jongeren onze klanten van morgen worden.

Volgend jaar wil ik graag een opleiding rond ‘coachend werken’ volgen. Dat houdt in dat je iemand stimuleert om zelf beslissingen te nemen, in plaats van alles zelf te bepalen voor de klant. Ik probeer als maatschappelijk werker voortdurend te groeien. En zelfs na acht jaar weet ik dat ik nog veel grond te ontginnen heb.’